FAQ

Veel gestelde vragen (klik op een vraag om het antwoord te lezen)


Meestal word je op een cursusdag wel een of meerdere keren als representant opgesteld in het familiesysteem van een van de deelnemers. Dat is een boeiende ervaring die ook in jezelf een proces in beweging kan zetten. Dat kan ook gebeuren door alleen al deel te nemen.
Het proces waar je als groep mee werkt op zo’n dag heeft invloed op alle aanwezigen. Toch is het moeilijk om te voorzien welk effect het heeft en op wie. Dat is per persoon verschillend.
Soms is een eigen opstelling het meest indrukwekkend en helend, soms is dat het representant zijn, soms het fenomeen meemaken van de familiedynamieken, die zo voelbaar en zichtbaar worden, soms een contact, de sfeer in de groep, een zinnetje of een inzicht dat juist dan helder binnenkomt en doorwerkt.
Ik heb zelden gehoord dat men onbevredigd was na een lezing, een een-of-meerdaagse workshop, ook al kwam er niet een opstelling van de eigen familie.
 Als groep van deelnemers vorm je een geheel waarbij het werk van elk individu helend kan zijn voor de anderen.


(n.a.v. de vragenlijst op de website ter voorbereiding op een workshop)

Het intreden in het klooster resp. in het priesterleven is tegelijk een soort uittreden uit het familiesysteem. Het leven toewijden aan God kan een vrije keuze en een roeping zijn, in veel gevallen blijkt het echter een systemische functie te hebben, d.w.z. dat de drang om in te treden kan worden gevoeld om een disbalans in het systeem te compenseren. Vaak blijkt er sprake te zijn van het vereffenen van een schuld die niet persoonlijk hoeft te zijn maar zijn oorsprong kan hebben in het familiesysteem, in de eigen of in een vroegere generatie.
Je zou eens kunnen kijken in de literatuur van Bert Hellinger – hij was zelf jarenlang priester en missionaris.


Verslavingen kunnen goed geplaatst en begrepen worden in hun systemische perspectief.
Het staat zelden op zichzelf als een probleem van die persoon alleen, die vervolgens een last is voor de rest van de familie. Meestal belichaamt de verslaafde een symptoom uit het grotere geheel.
Als je voor iemand anders een opstelling gaat maken, zeg je daarmee als het ware dat je wilt sleutelen aan het lot van die ander, zodat jij er minder last van zult hebben. En wellicht ook dat je wilt zorgen voor de andere familieleden.
Ik doe dat liever niet.
Wel kan ik me een opstelling voorstellen die jouw probleem in de situatie t.o.v. je familielid belicht. Waarschijnlijk krijg je daarmee ook meer zicht op jullie gezamenlijke familiesysteem, waarin jij deze en hij/zij die specifieke plaats inneemt.


Mijn reïncarnatietherapeute acht het onverantwoord zonder toestemming, omdat er, volgens haar, met de energie van anderen wordt gewerkt, van mensen/zielen die er niet om gevraagd hebben. In mijn geval een onmogelijke zaak; moeder dement en vader overleden.
Ik vind dit een belangrijke vraag, en een die ik niet makkelijk kan beantwoorden. Feitelijk beantwoord ik hem doordat ik wel familie-opstellingen aanbied.
 In zo goed als alle gevallen is het onmogelijk om toestemming te vragen en te krijgen van alle familieleden. Ten eerste omdat je per opstelling niet van tevoren weet wie uit het systeem opgesteld zullen gaan worden; ten tweede omdat het ook nodig kan zijn representanten voor overledenen op te stellen.
Daarnaast wordt soms een gestalte opgesteld als vertegenwoordiger van iemands land van herkomst, van de dood, van het leven, van iemands lot enz… Wiens energie wordt dan aangeraakt?
Als ik het criterium zou huldigen wat deze reïncarnatietherapeute, in alle integriteit voorstelt, kan er alleen in veel beperktere mate met familie-opstellingen worden gewerkt.
Ik vind het zeker de moeite waard om over na te denken.

Steeds, bij elke opstelling, vraag ik me af waarmee we ons wel mogen inlaten, en waar we vanaf moeten blijven. De hulpvraag van de persoon is daarbij beslissend, en ik vraag haar/hem altijd om ernstig te overwegen of men daarvoor ‘aan de deur van de familieziel’ mag kloppen. Op die manier is er een houding die vraagt om toestemming van het grotere geheel, een houding van respect daarvoor.

Ik heb wel meegemaakt dat die toestemming er niet was, dan merkten ik, de vraagsteller en de groep dat de gepoogde opstelling niet ‘tot leven kwam’, gesloten bleef, niet voelbaar werd.
Ik vraag me soms ook af of we iemands familie opstellen, met de betrokken personen, of dat we alleen het innerlijke beeld van de familie van de vraagsteller neerzetten.

Zoals je ziet een antwoord dat nog in proces is.

Is het zinvol om te komen met bijvoorbeeld:

  • broers en/of zussen
  • adoptief broers en/of -zussen
  • ouder(s)
  • kind(eren)
  • levenspartners (waarbij dus 2 familiesystemen betrokken zijn)
  • mensen in nieuwe partnerschappen na een scheiding, met evt. kinderen uit het vroegere/ huidige partnerschap (‘patchworkfamilies’)

In de loop der jaren heb ik regelmatig mogen werken met meerdere mensen uit een gezin.
Steeds blijkt hoe krachtig en ontroerend het voor de gezinsleden kan zijn om sámen de dynamiek van de familie-achtergrond te onderzoeken. Het werpt een helder en vaak onverwacht licht op de onderlinge verhoudingen. Daardoor opent en verdiept de onderlinge band zich.
Een weekend familie-opstellingen vormt een ideale bedding voor een dergelijk familie-onderzoek. Maar die groep is natuurlijk open voor individuele deelname.


Organisatie-opstellingen zijn ontstaan vanuit familie-opstellingen. In de opleidingen voor organisatie-opstellingen die ik ken wordt gevraagd om van tevoren kennis te maken met familie-opstellingen.

Soms is het een vast onderdeel van de training tot organistie-opsteller. Men is het er blijkbaar over eens dat je organisatie/bedrijfs-opstellingen niet los moet/kunt koppelen van inzicht in familie-opstellingen:

  • de mensen die in organisaties werken brengen altijd hun familie-achtergrond mee naar de werkvloer.
  • families zijn het eerste systeem waarmee we kennis maken in het leven. Daar vormen zich patronen die in latere situaties/systemen herhaald zullen worden.
  • families zijn de enige systemen die je niet kunt verlaten, je blijft altijd bij je familie horen.
  • organisaties en bedrijven kun je wel verlaten – wel is er nog van alles op te merken over de manier waarop je een organisatie/bedrijf binnen treedt, dan wel verlaat.

Naast dat er overlap is zijn er ook meerdere verschillen aan te geven tussen familie- en organisatie-opstellingen. Zo zie je in de familie-opstellingen vaak existentiële thema’s oplichten.
Familie-opstellingen zijn niet in eerste instantie praktisch doelgericht. Het gaat om b.v. verhelderen van verstrikkingen, aanvaarden van resp. je leren verhouden tot je herkomst, je juiste plaats leren kennen, een aanzet tot verzoening met je familie en je lot, leren verbinden…
Organisatie-opstellingen komen vaak voort uit het zoeken naar een praktische oplossing. Doelen zijn duidelijker geformuleerd en er wordt gekeken naar posities, verhoudingen,inzicht in onzichtbare onderliggende dynamieken en praktische strategieën.
Ook de opstellingsvormen, ‘het gereedschap’ kan nogal verschillen.